Geschiedenis

Ontstaan en geschiedenis van de Engelse Hangoor

Over het ontstaan van de Engelse Hangoor lopen de meningen in de lectuur nog al wat uiteen. Wel is men van mening dat het ras ontstaan is uit een mutatie. De overige konijnenrassen met hangende oren zijn ontstaan uit selectie.Het is bekend dat al in 1720 in Engeland melding werd gemaakt van konijnen met hangende oren.

In een bericht van 1785 spreekt men al dat er in Engeland witte en bonte konijnen werden gefokt met een oorlengte van 23 inch “from tip to tip” en een breedte van 6 inch. Ze noemde deze dieren “Full Lops”. In 1886 waren op een tentoonstelling in Chemnits al meer dan 50 dieren ingezonden.

Men kwam er intussen achter dat de groei van de oren te beïnvloeden was door warmte, en begon de dieren in warmte- en broeikassen, zelfs in speciale verwarmde boxen te houden. Men bereikte bij enkele dieren wel 80 cm spanwijdte maar door de onnatuurlijke huisvesting en mede door verkeerde inteelt begon het ras te verzwakken en begon de desinteresse van de fokkers in Engeland.

Rond 1880 werden de eerste Engelse Hangoren voor enorme prijzen in Duitsland ingevoerd. Vandaaruit kwam er ook in ons land belangstelling voor dit bijgenaamd “Edelkonijn”.

In ons land werd de Engelse Hangoor erkend op 20 oktober 1907, Helaas is onbekend wie de fokkers waren en hoe deze bemachtigd waren.

image043.gif – 11726 Bytes Ze werden toen in 2 klassen gekeurd. Klasse 1 met een oorlengte boven de 58 cm. En klasse 2 met een oorlengte tot en met 58 cm. De oorlengte was toen 58-69cm met een breedte van 11-19 cm.
Een enkelvoudige kleine wam werd gezien als een schoonheidsteken.

De punten schaal was als volgend:
1e klasse 2e klasse Orenlengte boven 58cm Orenlengte t.m 58cm Lengte der oren 25 punten Lengte der oren 15 punten Breedte der oren 20 ,, Breedte der oren 20 ,, Dikte en vorm der oren 15 ,, Dikte der oren 15 ,, Gewicht 10 ,, Gewicht 20 ,, Lichaamsbouw en tek. 20 ,, Lichaamsbouw en tek. 20 ,, Algemeen voorkomen 10 ,, Algemeen voorkomen 10 ,,

Over kleur werd niet gesproken.

In de twintigerjaren van de vorige eeuw was wijlen heer Hamaker uit Haarlem de grote man van de Engelse hangoor.

Men fokte vooral op lengte en breedte van de oren, gemiddeld 73×16 werd herhaaldelijk gemeten. Hij bewees daarmee dat extreme warme huisvesting niet de basis was voor succes met lange oorlengte maar door deskundige foktechnieken en selectie.

In de standaard van 1927 kwam er een verandering van de standaardeisen. Men hechte weer meer waarde aan de oorlengte, maar ging ook op de kleur beoordelen. Min. gewicht was 7 pond en dieren van 9 pond en meer kregen de volle 20 punten.
De beharing moest dicht en kort zijn met rijke onderwol, zacht en vooral glanzend. Wollig lang en stroef haar dat bij de Engelse Hangoor veel wordt aangetroffen als gevolg van foutieve teelt of slechte verzorging, is te straffen. image048.jpg – 22557 Bytes Kleuren welke voorkwamen waren de de zg. Donkere kleuren:
zwart, blauw, geel(bruin), grijs, madagascar.
Genoemde kleuren mochten ook met witte vlekken ingezonden worden. Men onderscheiden 2 soorten bont nl. met een manteltekening, terwijl bij gevlekte dieren op een gelijkmatige tekening gelet dient de te worden.

Helaas ging men steeds weer op de oorlengte fokken, dit ten koste van de aandacht voor de lichaamsbouw van de dieren. Ook ondeskundige beoordelingen deden het ras geen goed. Het ging snel bergafwaarts waardoor ze in Nederland en mede door de wereldoorlog, niet meer voorkwamen op de tentoonstelling. Tot in 1951 mevr. Keifte uit Borne en de gebr.Kremp uit Gouda een knappe kruisingen van Duitse en Engelse import dieren lieten zien. In de “konijnenfokker” uit 1952 staat een foto met 3 prachtige dieren. Daarna was het wijlen de heer W.Wassink uit Hengelo die het ras een enorme lift gaf met importdieren uit de beroemde stal van Pettenpohl uit Paderborn. Van dhr. Wassink kwamen er dieren terecht bij keurmeester Hannema en keurmeester Gelein.
Deze laatste speelde op de eerste de beste bondstentoonstelling met een zwarte voedster het predikaat “uitmuntend” van grootmeester Hamakers. Ook dhr. Schippers kreeg dieren van deze herkomsten. IJverig werd gezocht naar vers bloed voor de verschillende lijnen. Door de internationale contacten van genoemde Engelse Hangoor bont met rexbeharing bron:internet EU fokkers, kwamen vele dieren uit Duitsland en Engeland. o.a uit de stal van Anton Berbers uit Goch. Voornamelijk zwart en zwartbont.

In de jaren 60-70 waren de razend knappe en enthousiasten fokkers bezig met een felle strijd onderling, van wie de beste Engelse hangoor had. Fokkers als Elgersma, W.Verbeek, van Tongeren, Boersma, Grotemulder, Schippers, en niet te vergeten Boering, die zelfs dieren uit Zwitserland haalde, gele wel te verstaan.

In 1969 werd de fawnkleur door de standaardcommissie afgewezen, maar in 1974 wel erkend. De beste oorstructuren en pelzen kwamen uit fawnkleurige dieren. Door het wegvallen van gerenommeerde fokkers en liefhebbers en doordat ze door niet liefhebbers veroordeeld werden en vaak de grond in werden gekeurd ging het ook weer bergafwaarts met onze Engelse hangoor.

Het is vrij normaal dat men op tentoonstellingen teleurstellingen moet verweken maar bij de Engelse Hangoor krijgt men vaak niet een “tik” maar zelfs vrij regelmatig een “dreun”. Met gevolg dat de liefhebberij van beginnende fokkers al gauw over is. Gelukkig is de kar nog lang getrokken door Gelein en de, helaas te vroeg overleden, clubkeurmeester Leo Smids. Deze kregen versterking van Kraaieveld en van Ochten welke nu nog steeds met groot succes fokken en hun kennis overbrengen aan Verrijdt en Dol,

Rond de laatste eeuw wisseling kwamen er van het ministerie van dieren welzijn dwingende maatregelingen om de Engelse hangoor op de lijst te zetten van diersoorten welke niet meer gehouden mochten houden dit vanwege hun ooromvang. Men vond het zielig en dierkwellerij.

Gelukkig hebben mensen zoals Qualm en de toenmalige bondsvoorzitter Blijleven na lang onderhandelen het voor elkaar te krijgen dat het ras wel mocht worden gefokt, maar er een beperking op de lengte moest komen. Waarna de standaardcommissie in overleg met de specialclub heef besloten om de oorlengte terug te brengen naar Max. 65 cm.

Hiermede was wellis waar het gevaar geweken, maar wel een sport element voor de fokker ontnomen. Gelukkig heeft deze maatregel ook positieve kanten. De bouwfouten zoals slechte achterhanden en zwakke voorbenen, zijn aan het verdwijnen. Mede ook door in kruising van het ras de Thuringer en de Franse Hangoor. Vandaag de dag wordt er door een kleine kern van enthousiasten fokkers het ras op div. tentoonstellingen gepromoot. Zelfs de oude kleurslagen zoals ijzergrauw en konijngrijs, welke waren uitgestorven, worden voorzichtig en op deskundige wijze teruggefokt. De Engelse Hangoor is, in de konijnensport, een niet weg te denken ras welke haar plaats als een van de oudste rassen nooit kwijt zal raken. Het is een lief en zeer aanhankelijk ras, zeker niet zielig omtrent de lange oren.